Het instrument kiest jou
Ik ben geen topmuzikant. Dat weet ik. Maar ik ben wel altijd een muzikant geweest. En ergens weet ik dat dit nooit zal veranderen. Muziek is geen hobby die ik heb opgepakt en kan wegleggen. Het is een taal die in mij woont. Net zoals ik woorden gebruik om te vertellen wat ik bedoel, gebruik ik muziek om te zeggen wat woorden soms niet kunnen dragen. De dingen die te zwaar zijn, te teer, te groot. Die vinden hun weg via een snaar, een toets, een strijkstok. Het is een deel van mijn leven. Eerlijk.
Ik heb nooit les gehad. Of ja, ik probeerde het, maar dan merkte ik dat ik meer moest afleren dan aanleren. Wat al in mij zat, paste niet altijd in de mal die een leraar voor mij had. Dus leerde ik op mijn eigen manier. Via mijn vader, die na zijn werk naar zolder ging om viool te oefenen. Geen klassieke Bach of Mozart, maar eilandmuziek. Maluku kroncong. Via het gospelkoor in de lokale kerk, en direct daarna het buurthuis aka 'de stichting' aan de overkant, waar de muziek minder braaf was en wij hardcore skatemuziek en stevige metal speelden. Want ook tegendraads zijn heeft een taal nodig. Parental Advisory - Explicit Content zou op de, nooit verschenen, flyer van onze band moeten staan.
"Ik ben geen topmuzikant. Maar ik ben wel altijd een muzikant geweest."
Ik speelde van alles een beetje. Gitaar, bas, piano, viool, cello. En ik merkte telkens hetzelfde: een instrument begrijp ik snel. Niet omdat ik technisch zo sterk ben, maar omdat ik luister naar wat het wil zeggen. Ik geloof namelijk dat instrumenten een ziel hebben. Dat klinkt misschien groots, maar ik meen het gewoon. Een instrument heeft karakter. Het heeft een stem. En de vraag is niet of jij dat instrument kunt bespelen, maar of jouw ziel resoneert met die van hem/ haar/ hen.
Dat besefte ik pas goed in New York City. Ik zwierf er door de straten, fotografeerde en keek. In een park speelde een cellist zijn stukken. De hele dag trok ik met hem op. Van plek naar plek, zijn muziek volgend. Aan het eind van de dag aten we wat bij een middelmatige buffet, dronken slappe koffie, maar ik was geroerd. Niet door het eten. Door wat ik had gehoord. Door de klank van die cello, zo vol en zo menselijk. Zo dicht bij iets wat ik niet kon benoemen.

Jaren later nam ik er zelf een in huis. Ik was, denk ik, net over de dertig. Nooit les gehad op dat instrument. Maar ik wilde het gewoon heel graag. Elke dag oefende ik. En toen ik drie jaar later in uitverkochte theaters stond met mijn broer, maakte ik ruimte voor een klein stukje cello. Achteraf was het houterig en krom. Maar op dat moment gaf het mij alles wat ik nodig had. Mijn emotie vond een weg naar buiten. Via die vier snaren. Via dat prachtige strijkinstrument. Zo werkt muziek voor mij. Niet eens als een prestatie. Maar als doorgang.
Mijn stem gebruik ik om verhalen te vertellen. Een instrument gebruik ik om geluid te geven aan wat van binnen leeft. Het zijn gereedschappen, ja. Maar gereedschappen die terugspreken als je goed luistert. En ik heb geleerd te luisteren. Juist naar de stiltes. Nu staan er meerdere instrumenten in mijn woonkamer. Mijn kinderen pakken ze op. Mijn nichtje speelt mee. Ik zie het en mijn hart wordt vol. Het verhaal gaat door. Zoals mijn vader zijn viool meenam naar zolder, zo volgt hun lichaam de muziek.
Volgende maand staat mijn vader op een groot podium in de Ahoy in Rotterdam. Zijn debuut. In zijn uppie. Met zijn viool. Op zo'n groot podium. Dat is toch wat. Hij is 71 jaar.
En mijn muzikale verhaal is nog lang niet klaar.

Opmerkingen